Fennenoord heeft de afgelopen jaren haar productieprocessen op fundamentele elementen verbeterd. Na contact met belanghebbenden zoals bedrijven in de buurt, zijn grote en kleine wijzigingen doorgevoerd in processen en procedures. Een aantal staan hieronder benoemd.


Dierziekten

  • I.v.m. aanwezigheid van buurbedrijf CRV (waar o.a. stierensperma opgeslagen ligt) heeft Fennenoord besloten geen rundermest en mest van gemengde bedrijven met rundvee te accepteren;
  • Vrachtwagens worden schoongemaakt voor vertrek bij de boer, dus geen vuil/mest aan de banden etc; 
  • Vrachtwagens worden schoongemaakt voor vertrek vanaf Fennenoord, dus geen vuil/mest aan de banden etc;
  • Andere maatregelen die vergelijkbaar zijn met maatregelen die vereist zijn bij mesttransporten ten tijde van een uitbraak van een dierziekte worden opgenomen in de standaard bedrijfsprocedures;


Geur

  • Geurcomponent NH3 wordt in een gesloten NH3-terugwin installatie maximaal verwijderd uit de waterige mestfracties;
  • Geurcomponent H2S wordt in het vergistingsproces verwijderd uit het biogas. De zwavelcomponent wordt als vaste stof afgevoerd in de mest;
  • Ontluchting van de mestopslag gebeurt via actieve koolfilters;
  • Gebouwen staan op onderdruk. De afgevoerde lucht wordt gezuiverd via:
    • Stoffilters;
    • Chemische luchtwassers;
    • Biobed;
    • Actieve kool;

en vervolgens via een gemonitorde schoorsteen afgevoerd. Een deel van de lucht wordt ook als input gebruikt voor de ketels, waardoor geurcomponenten worden verbrand.

  • Lossen van vaste mest en vaste co-producten gebeurt binnen;
  • Lossen van vloeibare mest gebeurt bij luchtinlaatroosters voor de gebouwen ter voorkoming van geurverspreiding. Geurcomponenten worden zo naar binnen afgevoerd en gezuiverd. Om windinvloed te beperken zitten de luchtinlaatroosters aan de noordoostelijke zijde van de gebouwen, zodat de veelvoorkomende zuidwester wind zo goed mogelijk wordt afgeblokt;
  • Laden van producten gebeurt binnen waar nodig i.v.m. geurcomponenten;
  • Toegangsdeuren van hallen sluiten automatisch;
  • Drooglucht van het NH3-arm digestaat wordt gereinigd via:
    • Stoffilters;
    • Chemische luchtwassers;
    • Biobed;
    • Actieve kool;

en vervolgens via een gemonitorde schoorsteen afgevoerd. Een deel van de lucht wordt ook als input gebruikt voor de ketels, waardoor geurcomponenten worden verbrand.


Veiligheidsrisico’s

  • Niet veel meer opslagcapaciteit voor vloeibaar methaan dan per vrachtwagen kan worden afgevoerd in één vracht.
  • Chemische hulpstoffen zoals zwavelzuur worden in slechts kleine hoeveelheden in voorraad genomen.


Geluid

  • Toezegging gedaan dat er doorgaans in transportschema’s van 16 uur per dag, 6 dagen per week wordt gereden. Hierdoor kan er buiten de spits gereden worden en worden ontsluitingswegen niet onnodig onder druk gezet.
  • Er hebben eerste gesprekken plaatsgevonden met data-specialisten over gebruik van openbare data (verkeersintensiteit, weersomstandigheden, etc) in planningsystemen voor aan- en afvoer van producten.
  • Toezegging gedaan dat personeel zoveel mogelijk wordt gestimuleerd gebruik te maken van de fiets voor woon-werkverkeer.
  • Vanaf de Teugseweg wordt een nieuwe toegangsweg door Fennenoord aangelegd, deels op grondgebied van Martens Logistiek, deels op eigen terrein. Deze weg zorgt voor een betere ontsluiting van CRV en Martens. Deze weg wordt doorgetrokken tot aan de meest noordelijke hoek van het Fennenoord terrein. Indien gewenst kan de gemeente, S/Park en/of De Gasfabriek ervoor kiezen deze weg op eigen kosten verder door te trekken voor aansluiting op de Zutphenseweg. Daarmee wordt een betere ontsluiting van Bergweide 5 mogelijk gemaakt (zoals ook geschetst in een aan de gemeenteraad voorgelegde studie van RHDHV van oktober 2020).

Stikstof en fijnstof

  • Er wordt zo spoedig mogelijk gewerkt met LNG-vrachtwagens. Deze stoten minder stikstof en fijnstof uit. 
  • Personeel wordt gestimuleerd met de fiets te komen.
  • Heftrucks en andere logistieke bedrijfsmiddelen worden elektrisch uitgevoerd, waardoor stikstof en fijnstof door dieselvarianten wordt vermeden.
  • Door het toepassen van warmtepompen in het proces, wordt brandstof voor procesverwarming vermeden. Hierdoor wordt 40-60% minder hout verstookt in de biomassaketels, resulterend in minder stikstof en fijnstof (zowel bij de verbranding als bij de aanvoer van brandstoffen).
  • Door het toepassen van de meest moderne technieken, wordt de uitstoot van stikstof en fijnstof door de biomassaketels tot een minimum beperkt.
  • In het bedrijfsproces wordt op meerdere plekken een scheiding gemaakt in processtromen, waardoor ammoniak kan worden gewonnen als grondstof. Daarmee wordt de potentiele uitstoot van ammoniak door de fabriek (schadelijk in het kader van stikstofdepositie) al grotendeels vermeden. De bij droogprocessen en in de fabriekshallen vrijkomende ammoniak wordt door luchtzuiveringstechnieken verder teruggebracht.
  • Door levering van restwarmte aan de bestaande warmtenetten in Deventer, wordt een zeer grote hoeveelheid stikstof vermeden die sinds jaar en dag al midden in de woonwijken wordt uitgestoten. Door deze combinatie te maken, is berekend dat de totale hoeveelheid stikstofuitstoot in Deventer met de komst van Fennenoord wordt teruggebracht.